Drentse verenigingen zijn klaar om los te gaan: 'Het gemis van samen sporten, het sociaal contact en competitie is groot'

De sfeer binnen verenigingen in Drenthe is positief, bleek tijdens online sessies die Spprtclub Drenthe in maart iedere woensdagavond organiseerde. Maar het gemis is groot, en ‘hoe langer het duurt hoe lastiger het wordt’.

Drentse verenigingen staan er goed voor zeggen ze: weinig leden zeggen op, sponsoren blijven trouw aan de club en vrijwilligers staan te springen weer aan de slag te gaan, zo meldt Sportclub Drenthe. ‘Maar voor hoe lang kunnen clubs dit vasthouden? Hoe langer het duurt, hoe lastiger het wordt.’

Wachten op het sein

‘Clubs komen voor financiële uitdagingen te staan en ook leden en vrijwilligers komen op een punt dat er wel iets moet gaan gebeuren. De voorbereidingen om coronaproof te kunnen sporten zijn bij veel verenigingen gedaan: de protocollen liggen klaar, het wachten is op het sein dat ze los mogen.’

Onduidelijkheid over financiën

Sportclub Drenthe organiseerde de online sessies met verenigingen als reactie op vele vragen. ,,Allereerst merkten we dat veel onduidelijk was over de mogelijkheden die de financiële tegemoetkomingsregelingen verenigingen bieden. De eerste sessie rondom financiën was zo snel vol dat we direct besloten een tweede sessie te organiseren”, vertelt Paul van Dijk, verenigingsadviseur en specialist op dit gebied.

Daarnaast kwam in veel gesprekken met bestuursleden naar voren dat ze het lastig vinden binding te houden met leden en vrijwilligers en dat ze worstelen met de vraag wat er op ze afkomt als ze wel weer open mogen.

Enorm gemis

Wat overduidelijk naar voren kwam is de energie die er zit bij verenigingen. “Ze willen weer aan de gang. Sporten en bewegen is zo belangrijk voor mensen, maar daarnaast is ook vooral het sociale aspect dat het verenigingsleven kenmerkt een enorm gemis, ook en juist voor senioren. Mensen willen weer samen sporten en de verenigingen in Drenthe zijn klaar om dit coronaproof te kunnen bieden. Er wordt met smart gewacht tot het sein op groen staat.”