De leemhut aan de rand van de Dwingeler heide

Aan de rand van de Dwingeler heide, tussen de Davidsplassen en de radiotelescoop, stond een keuterij waarvan de wanden waren voorzien van met leem bepleisterd vlechtwerk. Lokaal noemde men het boerderijtje ‘de leemhut’. Dergelijke met lemen muren opgetrokken huizen waren in het verleden in Drenthe niet onbekend, echter de leemhut nabij Lhee werd pas in 1915 gesticht. De bouwer was Steffen Klok, in 1908 gehuwd met Geesje Dekker uit Staphorst.

Het materiaal voor zijn nieuwe huis kon Steffen gratis in de omgeving vinden. De Drentse gronden zijn ruim voorzien van leem, de jonge bossen in het Lheederzand gaven hem het hout en voor het vlechtwerk gebruikte hij dennentwijgen. Stro en bente kwamen op het dak. Deze moest wel een eindje oversteken, om te voorkomen dat bij harde regenbuien de muren uitspoelden. De leemhut, of beter gezegd ‘liemhutte’, was niet bepaald klein te noemen. Berekeningen geven aan dat de voorgevel zo’n 8 à 9 meter breed moet zijn geweest.

De inrichting bestond uit een woongedeelte met tegen de zijmuren vier beddensteden en een halletje bij de voordeur. Via twee ramen keek het gezin Klok uit over de heide. Het achterhuis had een grote deel en een geitenstal. Op een paar meter afstand van de zijbaander was buiten een diepe put uitgegraven. De wand bestond uit opgestapelde turf.

Bosarbeider

Met ongeveer zes geiten, een moestuin en een akker probeerden Steffen en Geesje hun gezin, bestaande uit negen kinderen, te onderhouden. Voor extra inkomsten was hij als bosarbeider in dienst van de familie Westra van Holthe en tevens bij Staatsbosbeheer. Gaandeweg werkte Steffen zich op en kon hij het erf en de ontgonnen perceeltjes aankopen. In 1927 verliet het gezin Klok de leemhut. Steffen en Geesje verkochten het erf, het groenland, bouwland en heide voor 3000 gulden aan Johannes Govert Westra van Holthe, burgemeester van Dwingeloo en bewoner van havezate Oldengaerde. De nieuwe woonplaats werd Nieuwleusen waar Steffen eveneens werkte als bosarbeider bij Staatsbosbeheer.

De leemhut raakte kort daarna in verval. Tegen het einde van de jaren 1930 was er niet veel meer van over. Heden ten dage zijn van het markante boerderijtje alle sporen uitgewist. Voor wie meer wil lezen, zie het artikel ‘De Liemhutte’ van Diet Prinsen in ‘Dwingels Eigen’, 2010, nr. 2.

Erwin de Leeuw