De Wolden verliest twee markante 100-plussers: Jentje Wulff en Albert Gortemaker

De Wijk/Ruinen - In twee dagen tijd verloor De Wolden eerder deze maand twee markante 100-plussers. Op 8 mei overleed Jentje Wulff-Uiterwijk op 101-jarige leeftijd, een dag later sliep de 100-jarige Albert Gortemaker uit de Wijk rustig in. Twee inwoners die tot op hoge leeftijd creativiteit tentoonspreidden.

Op 28 november vorig jaar werd Albert Gortemaker 100 jaar en hij oogde niet alleen kwiek, maar verraste de aanwezige pers en burgemeester Roger de Groot ook met een rondleiding door zijn appartementje in woonzorgcentrum Dunninghe. Iedereen keek zijn ogen uit, want Albert bleek over twee rechterhanden te beschikken en maakte zo’n beetje alles wat zijn ogen zagen. Van schilderijen en kleding tot aan een biljarttafel aan toe. ‘Alles is te leren’, gaf de eeuweling de aanwezigen mee. Een uitspraak die heel veel mensen in hun oren zouden moeten knopen. Met het heengaan van Albert Gortemaker zijn de bewoners van Dunninghe hun klusjesman kwijt, want hij was min of meer op afroep beschikbaar, of het nu een klok of een kraan was, het werd gefikst. Hij reed nog in zijn oude Toyota, bracht alle post vanuit Dunninghe naar de brievenbus en werd vorig seizoen nog derde in de biljartcompetitie in De Havezate, waar hij overigens zelf nog heen wandelde met zijn rollator.

Stapelerveld

Albert werd ruim honderd jaar geleden geboren in een arbeiderswoninkje in het Stapelerveld, toen hij 13 was verhuisde het gezin (zes kinderen totaal) naar het Veeningerveld. In 1938 belandde hij in militaire dienst, wat hem uiteindelijk tot in de Grebbelinie bracht. Hij kon er smakelijk over vertellen, onder meer over zijn krijgsgevangenschap. Hij vertrouwde zijn eigen memoires aan het papier toe.

Op 22 februari 1941 trouwde hij met Hendrikje Haveman, samen kregen ze vier kinderen. Daar kwamen weer vijf kleinkinderen en vier achterkleinkinderen uit voort. Na een carrière op boerderijen haalde Albert zijn diploma allround-timmerman en werkte hij jaren in de bouw. Die handigheid gebruikte hij tot zijn dood op zijn hobbyzolder, waar hij de meeste tijd van de dag doorbracht. Zijn adagium dat overal een oplossing voor te vinden is, blijft ook na zijn dood doorklinken.

Expositie

Jentje Wulff uit Ruinen kreeg op 99-jarige leeftijd nog haar eigen expositie in dorpshuis ’t Neie Punt, overigens niet haar eerste. Ze schilderde tot 1998, maar in dat jaar overleed haar man Klaas op 81-jarige leeftijd en besloot ze het penseel er aan te geven. Ze werd honderd jaar geleden geboren in de Vuile Riete bij Linde, haar ouders hadden een keuterij met vier koeien. Vader ging met schapen de heide op en breide ondertussen wollen sokken voor de kinderen. Jentje trouwde en kreeg met Klaas vijf kinderen. In 1955 kwamen ze naar Ruinen om aan de Leeuwte een boerderij te bestieren. Ruim veertig jaar geleden hielden ze er mee op, ze vertrokken naar de Esweg in Ruinen.

Jentje volgde een aantal schildercursussen en bleek over talent te beschikken. In Ruinen schilderde ze in een clubje, vooral landschappen en bloemen in olieverf en aquarel. Ze had op de boerderij een hele grote tuin vol met alleen maar bloemen, daar was ze altijd druk mee. Haar voorliefde om bloemen te schilderen is hiermee verklaard. ‘Gezichten vond ik altijd moeilijk om te schilderen, ik heb het met schilderen verder gewoon geprobeerd’, zei ze er zelf over. Jentje Wulf laat naast een hoop mooie herinneringen een groot aantal schilderijen na aan kinderen en kleinkinderen.